[expositie] Boekentips #7

Boekentips #7

4 april 2024

Illustratoren en kunstenaars publiceren aanhoudend de mooiste boeken, magazines en andere soorten uitgaves. In de rubriek ‘boekentips’ brengen we graag een verzameling van deze recente titels onder de aandacht. Deze keer lichten we twee geïllustreerde publicaties uit die in maart zijn verschenen en stelden we de makers een aantal vragen.

De twee boeken die we in dit artikel delen, verschillen erg van elkaar, maar ze hebben ook een aantal raakvlakken. Zo gaan beide boeken over liefde, vriendschap en een zoektocht naar jezelf. Verder zijn beide boeken gemaakt door een geoefend illustrator. Het ene boek bevat meer beeld dan tekst en is bedoeld voor volwassenen. Het andere boek bestaat juist uit meer tekst dan beeld en is geschreven voor een jonger publiek.


Oever

Het eerste boek dat we zullen delen heet “Oever”. Dit is de debuutroman van illustrator en nu ook schrijver: Ludwig Volbeda. Oever is een jeugdroman opgebouwd uit brieven waar af en toe ook potloodtekeningen bij staan. De brieven worden in het verhaal geschreven door Jip. Jip kan erg goed tekenen, vergelijkt mensen met tekenmaterialen en spreekt “tekenaars-taal”. In de meivakantie moet Jip voor school een zelfportret tekenen, maar dit lukt maar niet. Waarom heeft Jip zo veel moeite met het tekenen van zichzelf? In Oever kruip je als lezer in het hoofd van Jip en word je meegenomen in diens bijzondere gedachtenkronkels.

Speciaal voor de Illustratie Ambassade beantwoorde Ludwig een aantal vragen over zijn prachtige boek:

Hoe was het voor jou om een roman te schrijven?
Geweldig! Tijdens het illustreren kreeg ik steeds meer zin om zelf te schrijven en ik werd ook steeds nieuwsgieriger naar wat ik zou maken als ik vanuit een interesse zou beginnen, in plaats van een opdracht. Een tijd lang maakte ik losse tekeningetjes en schreef ik korte verhalen, met als enige basisprincipe dat iets een vonkje moest hebben, moest leiden tot nog een tekening of nog een kort verhaal. Zo ontstonden er een soort kettingbotsingen in verschillende richtingen, waaronder die van een prentenboek, maar toch merkte ik dat ik steeds weer terugkwam bij een groter verhaal, dat langzaam uitgroeide tot een jeugdroman. Dat werd Oever.

Hoe verhouden schrijven en tekenen zich voor jou tot elkaar?
In de jeugdliteratuur worden taal en beeld als twee onderdelen gezien die samen een verhaal vertellen. (Eigenlijk begrijp ik niet waarom die samenwerking vooral als iets voor jeugdige lezers wordt gezien en literatuur voor volwassenen beeldarm is?). Voor mij vertellen beeld en taal samen het verhaal. Wel ervaar ik verschil in het werkproces. Een zin als: ‘Er loopt een jongen door de straat,’ valt bij het illustreren voor mij gelijk uiteen in verschillende vragen. Vragen zoals, wat is de leeftijd van de jongen, het tijdperk waarin de huizen zijn gebouwd, de compositie van de tekening, zie je de jongen van voor of opzij, hoe loopt hij? En, mocht de tekst die antwoorden al geven, wat ga je als illustrator vertellen? En ga ik dat eigenlijk allemaal met fineliner of kroontjespen doen? Dat proces is fantastisch, maar soms ook overweldigend. Bij schrijven ervaar ik tot nu toe minder onrust bij al die opties. Maar misschien komt dat omdat ik nu langer vooral heb geïllustreerd en is dat over een tijd weer anders.

In Oever staan een aantal tekeningen die Jip, het hoofdpersonage, heeft getekend. Heb je eerst de tekeningen gemaakt, eerst geschreven of ging het tekenen en schrijven door elkaar?
In het begin liepen tekenen en schrijven sterk door elkaar heen. Daarna kwam er een lange fase waarin ik alleen schreef, toen kwam het tekenen weer terug en vervolgens sneuvelden de illustraties die niet genoeg bij het verhaal pasten. Jip houdt van tekenen maar trekt zich helemaal terug in het hoofd en loopt ook vast met een tekenopdracht. Een rijk geïllustreerd verhaal zou niet bij die situatie passen. De tekeningen die nu in het boek staan dienen nu als stukjes terloopse aandacht. Ze zijn de vergrootglas die Jip op de wereld houdt.

Lijken de tekeningen die Jip in het verhaal maakt op de tekeningen die jij maakte toen je zo oud was als Jip?
Gedeeltelijk wel, ik tekende ook de klein(st-)e dingen om mij heen en probeerde ook weleens portretten te maken van de mensen op wie ik verliefd was. Maar mijn tekeningen waren wel vaker meer van de werkelijkheid verwijderd. Ik was veel bezig met mechanisatie en tekende de wereld in robotvorm. Robottorens en robottorren, robotmensen.

Welke zin heb je het vaakst herschreven? 
“Schuin boven dat hoekje zit een moedervlek, die je met je scheve lach lijkt aan te wijzen.”

Hoe lang ben je bezig geweest met het maken van Oever?
Ik weet het niet zo goed. Ik denk omdat ik nooit echt ben begonnen met dit verhaal, maar er gaandeweg langzaam in groeide. Ergens in de zomer van 2022 ben ik begonnen met meer autonoom werken, maar het schrijfproces werd ook soms onderbroken door illustratie-opdrachten. En ergens voelt het alsof ik er ook al tien jaar aan werk, omdat ik al die tijd zijdelings in kleine boekjes werk en deze boekjes ook gebruikte voor dit boek.

In het boek staan veel dierenfeitjes, welk feitje is jouw favoriet? 
Spinnen zijn geen insecten. En duizendpoten ook niet!

Bestel hier de publicatie

Trek je de volgende keer een jurkje aan?

Het tweede boek is gemaakt door illustrator Nino Maissouradze en heet “Trek je de volgende keer een jurkje aan?”. In dit kleine, maar ook dikke boek, doet Nino verslag van haar online-dating avonturen. Het boek staat vol kleurrijke portretten van dating-profielen (bijna 200) met namen en leeftijden, waar je als lezer voor je gevoel doorheen swipet. Bij sommige portretten staat een stukje bio, je mag meelezen met chatberichten en verschillende dates worden besproken. Ook laat Nino zien hoe haar eigen datingprofiel door de jaren heen verandert. Het is een verrassend boek dat een intiem verhaal vertelt.

Ook Nino beantwoorde een aantal vragen over haar boek:

Wanneer kwam je op het idee om van je date-hobby een boek te maken?
Toen ik startte met daten heb ik heel veel vriendinnen geraadpleegd met vragen als “Wat plaats je op zo’n dating-profiel?” en “Hoe verloopt een eerste date en wat moet ik doen?”. Ik was dus al bezig met mensen informeren over het daten en na dates ging ik ze ook vertellen hoe het uiteindelijk was verlopen. Op een gegeven moment werd het ook een hobby om iedereen op de hoogte te houden van wat ik meemaakte. Drie à vier jaar geleden bedacht ik dat mijn online date-verhalen te leuk waren om te laten liggen en toen ben ik begonnen met de eerste schetsen voor het boek.

Welke dating-apps heb je gebruikt en welke was je favoriet?
In het begin vooral OkCupid, Bumble en Feeld. In de loop der jaren heb ik best wel veel verschillende dating-apps uitgeprobeerd. Zo ook Happn, maar daar vond ik niks aan en Inner Circle, waar je voor uitgenodigd moet worden en dat vond ik sowieso een beetje “mwah”. Op Feeld zitten de leukere en gekkere mensen en van hieruit kwamen ook de betere ontmoetingen. Er zijn op Feeld meer queer mensen en ze zijn vaak explicieter over de reden waarom ze op de dating-app zitten.

Hoe vervreemd zijn de portretten in het boek van de personen met wie je hebt gedatet?
Initieel ging ik de portretten van profielen echt natekenen. Op een gegeven moment begon ik echter te twijfelen over of ik dat wel wilde en mezelf er niet mee in een lastig parket bracht.
En toen ben ik naast dat ik foto’s van profielen ging natekenen ook vanuit de losse pols portretten gaan tekenen. Deze ben ik door elkaar gaan husselen. Portretten van mensen met wie ik heb gedatet staan soms misschien wel in het boek, maar niet bij het juiste verhaal. Ik probeerde steeds al mijn getekende materiaal weer als ruw materiaal te zien en deze steeds nieuwe bestemmingen te geven.

Heb je eerst de verhalen geschreven of heb je eerst de hussel-portretten gemaakt?
Dat is heel verschillend! Eerst ben ik tekeningen gaan maken van de dates en daarna ben ik in een later stadium teksten gaan schrijven. Eerst hoopte ik dat er misschien geen tekst nodig zou zijn of maar een heel klein beetje. Het bleek dat het boek zonder tekst helemaal niet werkte en te onduidelijk was. Toen ik begon met schrijven, pasten de tekeningen niet bij de teksten. Aan veel tekeningen ben ik toen opnieuw begonnen en er zijn ook veel teksten weer geschrapt en dan werden er ook veel tekeningen geschrapt.

Vond je het schrijven soms lastig?
Schrijven heb ik altijd wel een beetje gedaan, maar wat ik er soms lastig aan vind is dat het voor mij minder kneedbaar is dan het maken van een tekening. Wanneer ik teken zijn er verschillende materialen om toe te passen, waar ik allemaal in geoefend ben: ik kan gaan schilderen, oliepastellen, met kleurpotlood aan de slag gaan of met een kroontjespen. Bij schrijven kan ik het verhaal wel steeds opnieuw gaan vertellen, maar in de kern blijft het voor mij steeds hetzelfde. Dezelfde stijl en hetzelfde type materiaal. Omdat ik er minder getraind in ben dan in tekenen, vond ik het af en toe wel lastig om te toetsen wanneer een tekst goed was of niet. Wel merkte ik dat de teksten het boek meer lieten leven. In de teksten kon ik dingen kwijt, die ik niet in een tekening wilde laten zien of juist andersom. De twee begonnen elkaar te versterken.

Welke date vond je het leukst om te illustreren?
Het grappige is, dat ik het uiteindelijke boek niet per date heb geïllustreerd. Zo begon het wel, maar zodra het een boek werd, heb ik heel veel geschrapt om het tot een kloppend geheel te kunnen maken. Er gebeurde toen iets wat ik van tevoren niet had voorzien. Het kloppende geheel bleek te gaan over een reis. Een reis over mijzelf en zelfliefde. Ik wilde op date en mijzelf mooi maken en versieren. Ik wilde ook wel mannen versieren, maar eigenlijk vooral mijzelf. Het werd dus uiteindelijk meer een verhaal over mij.  

Welke date was het meest ongemakkelijk?
Mijn ongemakkelijkste dates waren zo extreem dat ik ze niet in het boek heb gestopt. Ik was bang dat je je als lezer er niet mee zou kunnen identificeren. De ongemakkelijkste date staat er dan ook helemaal niet in. 

Wat voor reacties heb je tot nu toe op je persoonlijke reis gekregen?
Ik heb tot nu toe vooral veel positieve reacties gehad. Ik weet nog niet wat er blijft hangen bij mensen wanneer het boek echt verteerd is. Het boek heeft een feministische inslag. Het gaat over genieten en je vrouw-zijn vieren. Ik ben mij erg bewust van de progressieve bubbel waar ik in zit en ben erg benieuwd naar de reacties van buiten deze bubbel. 

Bestel hier de publicatie