Interview

Hedy Tjin

Waar komt jouw interesse in illustratie vandaan? 

Sinds kind ben ik al aan het tekenen en knutselen en wist ik dat ik daar iets mee wilde doen. Eerst heb ik Grafisch Lyceum gedaan, met het idee om de grafische kant op te gaan. Pas in mijn laatste jaar wist ik dat er een studie als illustratie bestond en ik wist al helemaal niet dat een illustratie-opleiding zo breed en veelzijdig was. Ik dacht daarbij alleen maar aan striptekenaars. Op de open dag van de HKU zag ik dat er met allerlei verschillende materialen gewerkt werd, ik was echt mega enthousiast. Op het Grafisch Lyceum werd altijd gezegd dat er bijna niemand werd toegelaten, maar ik ging het toch gewoon proberen; nooit geschoten is altijd mis, en toen ben ik verbazingwekkend genoeg aangenomen. Superleuke tijd. Ik ben in 2009 afgestudeerd. 

Wat maakt deze beeldende discipline zo leuk?

Het leukste vind ik dat het heel breed is. Ik kan blijven experimenteren. Ik kan letterlijk mijn eigen handschrift erin kwijt. In de grafische hoek ben je meer digitaal bezig en met illustratie kan je veel langer in het proces analoog werken. Daardoor voelt het veel dichter bij mezelf, veel tastbaarder. Als ik een tekening maak met stift dan ga ik het later wel digitaliseren. De laatste tijd maak ik meer vrij werk zoals schilderingen op doek of textiele collages en dat is al helemaal tastbaar, dat kan ik gewoon oprollen meenemen en exposeren. Ik hoef het niet te digitaliseren of te beschermen. 

Wat is de verhouding werk in opdracht en autonoom?

Ik vind het elkaar versterken. Mensen vragen wel eens: wil je geen aanvraag doen om je eigen grote project te doen. Maar momenteel vind ik de balans tussen vrij werken en in opdracht juist heel fijn. Soms krijg ik opdrachten waar ik zelf niet op zou komen, en het verrijkt mij omdat veel van de opdrachten sociaal-maatschappelijke onderwerpen hebben, waardoor ik me daar ook in moet verdiepen. Dat vind ik heel erg tof, ik ga al 12 jaar niet meer naar school, maar op deze manier blijf ik leren, inhoudelijk ook. Tijdens de lockdown vorig jaar ben ik aan de slag gegaan met lapjes, dat was vrij werk. Vervolgens kreeg ik een opdracht van ASN bank en toen heb ik gekozen om die techniek toe te passen. In dit geval heb ik de techniek die ik mezelf leerde tijdens een vrij project, later toegepast in een betaalde commerciële opdracht. In mijn vrije werk kan ik experimenteren. Als ik een opdracht krijg, heb ik niet de ruimte om weken lang te experimenteren en ga ik wat effectiever aan de slag. Als ik onder tijdsdruk allerlei dingen ga uitproberen loop ik het risico dat ik blokkeer. 

Werk je samen en met wie?

Ik deel mijn studio met drie anderen, twee beeldende kunstenaars (Brian Elstak en Dewy ‘Butterfingaz’ Elsinga) en een filmmaker (Salma Chafouk Idrissi). We inspireren en versterken elkaar voortdurend, dat werkt motiverend. We zijn een soort huisgenoten van elkaar geworden in deze lockdown periode. Ook betrekken we elkaar bij opdrachten. Dat is een hele fijne werkomgeving. 

Waar haal je je inspiratie vandaan?

Ik haal overal wel inspiratie vandaan, alles in mijn directe omgeving. Voor mijn vrije werk maak ik vaak gebruik van oude foto’s van mijn familie. 

Mijn opdrachten bevatten meer politiek-maatschappelijke onderwerpen. Zo ben ik afgelopen maanden bezig met een opdracht: ‘De vleesvrije stad’, een initiatief van ontwerper-kunstenaar Mark Schalken. Ik ben helemaal in het onderwerp gedoken en heb er veel over gelezen om tot een goed resultaat te komen. Hetzelfde geldt voor een opdracht waarvoor ik een kinderboek illustreer over slavernij. Ik dacht dat ik daar al heel veel van af wist, omdat ik me daar al lang in verdiep, totdat je heel specifiek moet gaan tekenen. Je ziet films en er zijn prenten, die je vaak tegenkomt, maar wat droegen ze dan werkelijk op de plantages vroeger? Ik ben een paar weken geleden bij iemand op bezoek geweest, die een bibliotheek heeft met boeken en prenten en beeldmateriaal over Suriname. Door dat bezoek heb ik zoveel nieuwe dingen geleerd. Je kan geen fantasietekening maken bij dit soort maatschappelijke onderwerpen. 

Met welk materiaal werk je graag?

Mijn basis is altijd stifttekening. Mijn illustraties voor de krant en bladen zijn ook altijd stifttekeningen. Ik ben daarbij een paar jaar geleden begonnen met schilderen op groot formaat. En sinds vorig jaar ben ik textielcollages gaan maken. Ik vind het ook leuk om illustraties op stof laten drukken. Muurschilderingen heb ik ook veel gedaan het afgelopen jaar, het waren voor het eerst portretten op groot formaat.

Wie beschouw is je als bron van inspiratie?

Oh dat vind ik altijd zo’n moeilijke vraag. Ik heb laatst een ode aan Brian Elstak gebracht als antwoord op dezelfde vraag. Maar daarnaast haal ik inspiratie uit zoveel dingen, kleine elementen om me heen. Ik kan mega-enthousiast worden van wat ik om me heen zie, het kunnen plaatjes zijn van instagram of op internet. Of als ik op vakantie ben kan ik geïnspireerd raken door de kleuren die kenmerkend zijn in die cultuur. Ik maak vaak een visueel dagboekje en trek me even terug en ga tekenen.  Maar ook als ik met vrienden ergens wat ga doen en daar een paar snapshots van maak, haal ik daar ook inspiratie uit. Het zijn dus eigenlijk de plekken en de mensen om me heen, klinkt een beetje cliché.  

We werden op de HKU heel erg opgeleid om concepten te bedenken en nog dieper erop in te gaan. Uiteindelijk ben ik erachter gekomen, voor mij in ieder geval, je moet juist heel erg dichtbij jezelf blijven. Dat is puur en je bent sowieso uniek. Je hoeft niet het meest intelligente concept te bedenken. Dat vind ik ook het leuke aan illustratie, je behoudt echt je eigen handschrift, daardoor is het al heel persoonlijk. 

Welke disciplines zou je nog willen onderzoeken?

Het is een beetje een hype, maar ik vind die vloerkleden die je overal ziet heel vet. Ik zou nog wel graag mijn werk over willen zetten in textiel, in een kleed of deken ofzo. Ik ben thuis begonnen aan een klein kleedje met allemaal stukjes wol en knoopjes, dat is zóóó veel werk. Ik heb best wel wat materialen geprobeerd al. Ook vind ik het wel leuk om een keer keramiek te proberen, dat staat ook in de planning. Dan hoop zelf te draaien en te schilderen. Ik sta open voor heel veel dingen. Ik heb zelfs een filmpje geregisseerd, toen een vriend mij dat vroeg. Eerst keek ik raar op van zijn vraag, maar toen liet ik het bezinken en raakte ik toch enthousiast…  Dus ik heb een ideetje bedacht, een moodboard erbij en kleding gemaakt. Nu ben ik nog steeds blij met het eindresultaat. En zo is het vaker, als mensen iets tegen me roepen dan gaat het bij me borrelen en ga ik het uitproberen. 

Wat zijn uitdagingen in je werk?

Ik weet nooit wat er gaat komen. Het uitdagende is om een passend beeld te maken bij een bepaald onderwerp, dat de lading dekt en waar ik zelf ook achtersta. Soms krijg ik verzoeken voor een opdracht waar ik echt niet achtersta. Zo werd ik een keer gevraagd om Thierry Baudet te tekenen. Ik wilde geen tijd en energie in hem steken, het voelde gewoon niet goed dat er een tekening van mijn hand van hem op het internet zou rondzwerven. Dat zijn dingen die ik niet prettig vind. 

Ik vind het belangrijk om scherp en kritisch te blijven in mijn werk. Daarom is het heel fijn om met studiogenoten te werken. Iedereen heeft zijn eigen kijk op dingen, maar we kennen elkaar zo goed, we snappen van elkaar welke kant iemand op wil. 

Hoe verhouden de muurschilderingen zich tot de rest van je werk?

Het zijn eigenlijk uitvergrotingen van mijn kleine tekeningen. Ik zet eerst de hoofdvlakken neer, en daarna kan ik er nog eindeloos kleuren en vlakken aan toevoegen. Iets dat met stift op papier niet mogelijk is, maar met verf op een muur wel.

Kun je over de activisten vertellen op de muurschilderingen bij The Black Archives in Amsterdam?  

De portretten op de muur zijn van Surinaamse en zwarte helden: Anton de Kom, Perez Jong Loy, Cindy Kerseborn, Dr. Sophie Redmond en Hugo Kooks. Ze zijn respectievelijk anti-koloniaal schrijver, activist, onderzoeker/documentairemaker, arts/politica/ toneelschrijfster/feministe. Hugo Kooks was meer dan vijftig jaar voorzitter van de Vereniging Ons Suriname. Het zijn allemaal mensen die op hun manier gestreden hebben voor iets waar we nu nog steeds profijt van hebben en die er helaas nu niet meer zijn. Daarom is het extra pijnlijk dat ze beklad zijn. 

Illustratie ambassade

Hoe zie je de positie van Nederlandse illustratoren in internationale context?

Ik kan niet voor heel veel andere landen spreken. Ik had het laatst met een vriend over de kunstacademie in Chicago in Amerika. Daar is het superduur om naar een kunstacademie te gaan. En als je dat vergelijkt met Nederland is dat echt een groot verschil. Hier is het best laagdrempelig om naar een kunstacademie te gaan. 

Ondanks dat is het nog voor heel veel kids uit een niet-creatieve omgeving nog best een drempel. Ze weten niet eens dat deze mogelijkheid bestaat. Om werkelijk een inclusievere creatieve wereld te creëren, moeten we laten zien dat dit ook een van de beroepskeuzes is. Veel kinderen met een niet-westerse achtergrond hebben nog steeds te weinig rolmodellen, in boeken, op tv etc. Het is belangrijk dat het kunstlandschap diverser wordt. 

Als je bijvoorbeeld een interview met een kunstenaar van kleur op tv ziet, dan kan dat inspireren, want je kunt jezelf herkennen.

Wat is een interessante opdrachtgever/opdracht formulering?

Wanneer een opdrachtgever vertrouwen bij mij neerlegt, vind ik dat heel prettig. Ook als er niet te veel al voorgekauwd is, werk ik fijn. Ik vind het niet erg als ze voorbeelden van eerder werk sturen, maar als ze al helemaal invullen wat ik moet maken, is het voor mij minder aantrekkelijk en leuk om te doen. 

Zo heb ik voor het Rijksmuseum een product gemaakt waarmee families en kinderen door de audiotour gaan. Daar moest iets tastbaars bijkomen dat nog niet concreet was, daarbij heb ik een kaartenboekje bedacht. Zij gaven mij een gevoel van vertrouwen en stonden open voor mijn visie, ideeën en uitwerking. Dat werkt heel prettig.

Welke archieven raadpleeg je? Werk je vanuit een eigen archief?

Ik ben nu bezig met een boek, dat gaat over een deel van mijn familiegeschiedenis. Het verhaal gaat over mijn overgrootvader die via Madeira, Brazilië, Suriname, Trinidad, uiteindelijk weer in Suriname belandt als jongeman/puber. Hij heeft het schaafijs geïntroduceerd in Suriname. Daar ben ik informatie voor aan het vergaren. Ik interview mijn tantes en verre familie. In Suriname heb ik kranten bekeken en onderzoek gedaan. Maar het is niet makkelijk om iets te vinden, los van de verhalen van mijn tantes, die allemaal een andere versie vertellen. Er was ooit een boekje waar iets over mijn overgrootvader is geschreven, dat probeer ik te vinden, maar dat blijkt heel lastig! 
Ook was ik laatst bij Buku voor een ander boek waar ik mee bezig ben, over slavernij. Buku is een bibliotheek over de geschiedenis van Suriname, dat was heel leerzaam en interessant.

Wat kan de Illustratie Ambassade voor je betekenen?

Ik hoop een meer internationaal netwerk op te bouwen. 

Hoe ervaar je deze coronatijd 

Ik vind het momenteel door de sluiting van musea best onrustig en onzeker allemaal. Maar gelukkig heb ik het afgelopen jaar ondanks corona toch hele toffe dingen kunnen doen. Hoe vervelend deze tijd ook is voor veel ondernemers, toch zie ik ook veel mensen die er iets tofs mee gedaan hebben. Het is een gekke tijdscapsule waar we later op terugkijken.