Potloodcast 05: Ludwig Volbeda

Potloodcast 05: Ludwig Volbeda

Ludwig Volbeda is in deze potloodcast aan het woord over zijn observatie, over eilanden en verhalen. Hij vult zijn muren en schetsboeken met ragfijne tekeningen, schetsen en gedachten. Ludwig Volbeda was 23 jaar toen hij in 2013 de Fiep Westendorp Stimuleringsprijs won. Dat was pas het begin, want inmiddels is hij bekroond met een Zilveren én twee keer de Gouden Penseel én de Woutertje Pieterse prijs. Nu praten we over zijn werk en hoe het allemaal begon.

1. Invloedrijk beeld uit jeugd

Dit is een zelfgetekende boekomslag van Abeltje van Annie MG Schmidt. Hoewel, op dit boek staat Appeltje. Ik denk dat ik hem heb gemaakt toen ik zeven was. Je ziet een groene lift in de lucht met onderin een stad en vliegtuigen. Laura heb ik niet in de lift erbij getekend, weet niet meer wat daar de gedachten achter was. Misschien paste ze er gewoon niet meer bij. De manier waarop ik de huisjes heb geplaatst is misschien wel redelijk typisch, maar ik zie verder niet zoveel handschriftelijke kenmerken. Later werden mijn tekeningen steeds kleiner.

Vanaf m’n zevende ben ik een soort dagboek bij gaan houden waarin ik van alles tekende; boeken, gebeurtenissen en soms proefwerken. Bij geschiedenis probeerde ik dan bijvoorbeeld een strip te tekenen en alles op die manier te onthouden, of iets wat we nu een mindmap noemen. Dat werkte niet altijd, soms stak ik zoveel tijd in het tekenen dat ik niet echt tijd overhad om daadwerkelijk te stampen. Het was niet altijd productief, eerder omslachtig.

Beeld 1:

Beeld 2: ‘Ik denk dat ik hem heb gemaakt toen ik zeven was.’

2. Invloedrijke illustratie voor je illustratiecarrière

Het onderschrift is ‘jij hebt onze vakantie verpest’. Ik werkte aan een reeks van 100 tekeningen over heimwee. Ik vind het heel interessant hoe de betekenis van een tekening kan veranderen door er een onderschrift onder te zetten. Deze tekening is misschien wat autobiografischer dan de andere uit de serie, omdat ik altijd superveel heimwee had als kind. Ik was altijd bang dat mijn ouders zouden denken dat ik hun vakantie had verpest. Het voelt een beetje stom om dat te zeggen; we gingen ieder jaar naar Spanje en dat is een beetje een luxepositie. Niet alle kinderen krijgen die kans. Maar ik kreeg echt al een week van tevoren buikpijn dat de zomervakantie eraan kwam en we dus op vakantie zouden gaan. Ik probeerde dat dan ook te saboteren, werd letterlijk ziek van de stress, en hoopte dat mijn ouders zouden zeggen dat ik thuis mocht blijven. Dat ik heimwee had sprak ik niet uit.

Beeld 2: ‘Jij hebt onze vakantie verpest.’

3. Een werk van eigen hand dat je eerste schreden op het pad van de illustrator verbeeldt.

Dit beeld is een screenshot uit een spel, Myst 3, ik heb 1 en 2 nooit gespeeld. We hadden thuis op zolder een computer staan, waar je zonder ouderlijk toezicht op kon zitten. Internet was er wel, maar nog niet zo aanwezig. Mijn zus en ik waren vooral heel veel aan het gamen. Ik denk dat games een invloed hebben gehad op mijn werk omdat het een vorm van wereld bouwen is. In dit spel kon ik vrij rond bewegen in de wereld, als een soort Google Maps, en als kind vond ik dat echt fantastisch. Ik vond de omgevingen zo prachtig, met eilanden en smeedijzeren bruggen over ravijnen. In spellen kunnen verhaallijnen lineair zijn, maar ook met zijpaden die los staan van het ‘hoofdverhaal’. In een boek gaat dat niet zo makkelijk. Dat maakte me nieuwsgierig naar andere manieren van verhalen vertellen. Soms heb je in games ook een set box, dat je ergens wordt gedropt en ‘doe er maar wat mee, maak je eigen verhaal maar’. Dat vond ik fascinerend. Ik vond het wel ontspannender om te kijken hoe mijn zus gamede; soms was het toch wel spannend en kon zij het oplossen.

Je had de buitenspeelkinderen en de kamerkinderen, en ik was gewoon een kamerkind. Eigenlijk ben ik dat nog steeds.

Beeld 3.1: ‘In dit spel kon ik vrij rond bewegen in de wereld, als een soort Google Maps, en als kind vond ik dat echt fantastisch.’

Dit is deel vijf uit de reeks stripboeken Eiland, getekend door Tobias Schalken en Stefan van Dinter. In het derde jaar van de academie hebben we het stripboekenproject gehad. Ik zat bij Illustratie, maar schipperde altijd een beetje tussen Beeldende Kunst en Illustratie. Bij het stripboekenproject had ik voor het eerst het gevoel dat ik tussen de twee niet hoefde te kiezen. Dat kwam voornamelijk door het werk van Tobias Schalken, omdat hij ook die keuze niet maakte. Er is mij een keer op de kunstacademie door een docent verteld dat een tekening van mij ‘te sterk’ was om als boekomslag te gebruiken. Achter die zin ging een hele wereld schuil, en ik wist niet of ik wel in die wereld wilde zijn. Ik wilde niet zo naar mijn toegepaste werk kijken, zoals toen in de beeldende kunst wel werd gedaan. Ik wil niet mijn werk afschrijven voor de plek waar het geplaatst wordt.

Beeld 3.2.: ‘Dit is deel vijf uit de reeks stripboeken Eiland, getekend door Tobias Schalken en Stefan van Dinter’

4. Een autonoom beeld van eigen hand

Ik denk dat bij mensen de maat van detaillering in mijn werk en de gevuldheid van de pagina het eerst opvalt. Misschien ook het verlangen naar zijsporen en uitweidingen. Het schetsboek is een overzicht van alles wat ik tot me neem. Het is een soort van dagboek. Soms maak je ook wel eens een papieren dubbelganger die ook weer een vreemde van je is. Dan lees je het terug en dan begrijp je even niet meer wat er staat. Dan lees ik bijvoorbeeld ‘spin in de kamer, concurrent in de liefde’, maar dan heb ik geen idee meer wat dat betekent. Laatst las ik: ‘rivier op zolder’, waar ik ook geen idee meer bij had, maar daar heb ik wel een beeldverhaal bijgemaakt. De dagboeken zijn een soort kraamkamers, waar je verschillende dingen kan uitproberen en kijken of ze levensvatbaar zijn. De rivier op zolder is hier een voorbeeld van, dat was een werk in opdracht.

Beeld 4: ‘Het schetsboek is een overzicht van alles wat ik tot me neem.’

5. Een toegepast beeld van eigen hand

Dit beeld was voor de omslag van Illustrators Annual, een boek dat jaarlijks verschijnt met veel tekeningen van kinderboekenmakers over de wereld heen. Ik wilde een soort ode maken aan het kinderboek en de nieuwsgierigheid die daaruit spreekt. Het is een groot hoofd, waar allerlei vormen uit het oog verschijnen. Er staat iemand op een laddertje die bij het oog naar binnenkijkt. Dit is gemaakt met fineliner, ecoline en kleurpotlood. De omslag is uitklapbaar, dus je kunt hem uitklappen tot een landschap van een meter. Dit beeld viel dan op de voorkant. Ik heb de neiging om lang bezig te zijn met de landschappen dat ik soms bijna vergeet om de figuren te tekenen. Ik had het poppetje als een soort archetype kind als schets erop getekend en toen dacht ik: ‘nou ja, klaar zo’. Niet meer aan zitten.

Beeld 5: ‘Ik wilde een soort ode maken aan het kinderboek en de nieuwsgierigheid die daaruit spreekt.’
De illustratie van Ludwig in het Potloodcastboek

↩ Terug naar de Potloodcast